Hoogte ontslagvergoeding

De hoogte van ontslagvergoedingen is in het verleden op vele verschillende manieren berekend. Tegenwoordig is de kantonrechtersformule de algemeen geaccepteerde formule om de hoogte te bepalen. Van belang voor de kantonrechtersformule is de duur van het dienstverband, leeftijd van de werknemer, en verwijtbaarheid van het ontslag. De kantonrechtersformule is ook wel bekend als de ABC-formule. De componenten A, B en C staan voor:

  • Aantal gewogen dienstjaren (A)
  • Bruto maandinkomen (B)
  • Correctiefactor (C)

Vermenigvuldigen van deze drie componenten met elkaar resulteert in de hoogte van de ontslagvergoeding. Een uitleg van de afzonderlijke componenten volgt hieronder:

(A) Het gewogen aantal dienstjaren wordt berekend aan de hand van het gewerkte aantal dienstjaren voor de werkgever, gewogen door middel van de leeftijd. De weging van de formule die is ingegaan per 2009 werkt als volgt (vóór 2009 golden andere factoren):

Leeftijd Wegingsfactor
t/m 34 jaar 0,5
35 t/m 44 jaar 1
45 t/m 54 jaar 1,5
55 jaar en ouder 2

Voor bepaling van de dienstjaren en afronding is het van belang om de datum in dienst en datum uit dienst te gebruiken.

(B) De volgende delen moeten in aanmerking worden genomen bij bepaling van het bruto maandinkomen:

Onderdelen die wel worden meegeteld Onderdelen die niet worden meegeteld
Vaste bruto maandsalaris Werkgeversaandeel pensioenpremie
13de maand / eindejaarsuitkering Auto van de zaak
Structurele overwerkvergoeding Werkgeversaandeel ziektekostenverzekering
Vakantiegeld Tantièmes
Vaste ploegentoeslag Onkostenvergoeding
Structurele winstdeling Niet-structurele winstdeling

(C) De correctiefactor is de enige subjectieve en onderhandelbare factor in de kantonrechtersformule. Deze geeft aan in hoeverre het ontslag in de risicosfeer van de werkgever ligt of te verwijten is aan de werkgever of werknemer. Indien de reden tot ontbinding van het contract in de risicosfeer van de werkgever ligt en er geen verwijtbaarheid toe te wijzen is aan één van de partijen, wordt een correctiefactor van 1 aangehouden.

Is er verwijtbaarheid van één der partijen of verwijtbaarheid over en weer, dan zal de mate hiervan weergegeven worden in de correctiefactor (C-factor). Ook de hoeveelheid scholing die een werkgever heeft geboden, de arbeidsmarktpositie van de werknemer, en de financiële situatie van de werkgever worden meegenomen in bepaling van de C-factor. In de praktijk zal de correctiefactor maximaal 2 zijn. Doordat de verschillende factoren A,B en C vermenigvuldigd worden met elkaar zal een verschil in de correctiefactor een aanzienlijke invloed hebben op de hoogte van de ontslagvergoeding.

Voorbeeldberekening:

Een 52-jarige marktanalist met een dienstverband van 22 jaar heeft ontslag aangezegd gekregen door de werkgever. De werknemer is net een maand 52 dus zal gerekend worden vanaf het 30ste levensjaar. Zijn laatstverdiende inkomen bedroeg € 5.000 per maand bruto (inclusief alle structurele componenten). De kantonrechter wordt gevraagd het contract te ontbinden. De kantonrechter ziet hier niets toe in de weg staan, ontbindt het contract, en kent de werknemer een vergoeding van € 115.000,- toe. De vergoeding is als volgt opgebouwd:

A wordt als volgt berekend:

Leeftijd Aantal jaren gewerkt Aantal gewogen dienstjaren
t/m 34 jaar 5 2,5
35 t/m 44 jaar 10 10
45 t/m 54 jaar 7 10,5
Totaal 22 23

B wordt als volgt berekend:

Het bruto maandinkomen bedraagt € 5.000,- per maand inclusief vakantiegeld, 13de maand, en andere structurele looncomponenten.

C wordt als volgt berekend:

De kantonrechter ziet geen reden om af te wijken van een correctiefactor van 1, en gaat over tot een neutrale ontbinding.

De factoren A (23) x B (5.000) x C (1) gecombineerd resulteert een vergoeding van € 115.000,-.

Kantonrechtersformule vóór 2009

De kantonrechtersformule van vóór 2009 komt nog regelmatig voor. Voornamelijk bij sociaal plannen en individueel ontslag wordt deze oudere formule veel toegepast. De nieuwe formule wordt toegepast door de kantonrechters. Het verschil tussen de twee versies zit in de berekening van het gewogen aantal dienstjaren (A). De wegingsfactoren en leeftijden voor de berekening van A zijn anders ten opzichte van de nieuwe formule. Onder de oude formule zal de ontslagvergoeding nagenoeg altijd hoger uitpakken dan bij de nieuwe formule. De tabel voor weging van de dienstjaren is als volgt:

Leeftijd Wegingsfactor
t/m 39 jaar 1
40 t/m 49 jaar 1,5
50 jaar en ouder 2

Voorbeeldberekening met de oude formule:

Bij het nemen van dezelfde gegevens van de 52-jarige marktanalist zou de ontslagvergoeding onder de oude formule een stuk hoger uitpakken. De berekening van A is als volgt:

Leeftijd Aantal jaren gewerkt Aantal gewogen dienstjaren
t/m 39 jaar 10 10
40 t/m 49 jaar 10 15
50 jaar en ouder 2 4
Totaal 22 29

Vermenigvuldigd met een Bruto inkomen van € 5.000,- en een Correctiefactor van 1 komt de ontslagvergoeding op € 145.000,-, wat aanzienlijk hoger is dan onder de nieuwe formule.

 

Auteur Marius Winter geeft heldere uitleg over ontslag-regels 2017, ontslagvergoeding en transitievergoeding.
Vraag direct aan »

Maak een afspraak

Maak een afspraak voor een persoonlijk, gratis en objectief advies
Lees meer »

Bezoek een lezing

2017
"Belasting besparen met uw ontslagvergoeding"
Aanmelden »